Foutloos tekstschrijven deel 1 (voltooid deelwoord)

Taalfout op de gevel van een pand

Wie er een beetje oog voor heeft komt het regelmatig tegen: “Wij zijn verhuist!” Nu kan het natuurlijk zijn dat je je afvraagt wat hier fout aan is. Sterker nog, misschien hangt een dergelijk taaltechnisch misstandje op ditzelfde moment wel op de gevel van je eigen pand. In dat geval zou ik zeker dit blog over foutloos tekstschrijven even doorlezen.

Oke, de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het werkwoord “verhuizen” een van die vervelende werkwoorden is met de letter Z aan het eind van de stam. Toch is de stam van dit werkwoord gewoon verhuiz (en niet verhuis!) waardoor het voltooid deelwoord met een -d geschreven moet worden: “Wij zijn verhuisd!” (de Z verandert in een S). Lastig? Valt mee. We pakken de regels van het tekstschrijven er even bij.

Foutloos tekstschrijven: het voltooid deelwoord

Je gebruikt het tientallen keren per dag in evenzovele zinnen: het voltooid deelwoord. “Gisteren ben ik bij mijn buurman geweest. We hebben samen een stuk gefietst.” Een voltooid deelwoord is feitelijk niets anders dan een woord dat, in combinatie met een hulpwerkwoord (zijn, worden of hebben) aangeeft dat iets in het verleden heeft plaats gevonden. Een voltooid deelwoord is altijd gekoppeld aan een hulpwerkwoord en het eindigt vaak op een -t, of een -d.

De vraag is alleen: wanneer gebruik je nou een -t en wanneer gebruik je een -d aan het eind? Daar is een eenvoudige regel voor. De keuze voor een -d of een -t aan het eind van het voltooid deelwoord hangt namelijk af van de laatste letter van de stam. De stam is het hele werkwoord zonder -en. Voorbeeld: De stam van het werkwoord fietsen is fiets.

Nu we de stam van het werkwoord weten hoeven we alleen nog te bepalen of het voltooid deelwoord een -t of een -d krijgt. Dat doen we aan de hand van een aantal voorbeelden:

werkwoord stam voltooid deelwoord
fietsen fiets gefietst
timmeren timmer getimmerd
stoppen stop gestopt

Wat in bovenstaande tabel opvalt is dat bij de stammen die kennelijk op een -s of een -p eindigen het voltooid deelwoord eindigt op een -t. Bij een stam die op een -r eindigt is er kennelijk sprake van een voltooid deelwoord dat eindigt op een -d.

Die constatering klopt. Er is hier dan ook sprake van een officiële grammaticale regel (en die mag je straks meteen weer vergeten). Vrij vertaald luidt die regel als volgt:

Wanneer je bij de laatste letter van de stam je stembanden moet laten trillen eindigt het voltooid deelwoord op een -d. Wanneer je bij de laatste letter van de stam je stembanden niet hoeft te laten trillen eindigt het voltooid deelwoord op een -t. Die eerste categorie noemen we stemhebbende klanken, de tweede categorie noemen we stemloze klanken. Stemloze klanken zijn: c f h k p s t (tegenwoordig horen daar officieel ook de j en de x bij). Alle klinkers en de overige medeklinkers zijn stemhebbend.

Zoals gezegd mag je deze regel meteen weer vergeten want die is veel te ingewikkeld om bij het tekstschrijven in het dagelijks leven te gebruiken. We gaan hieronder die regel een stuk vereenvoudigen.

Artikel over taalfouten bij een voltooid deelwoord

 

‘T KoFSCHiP

Hoe onthouden we die stemloze medeklinkers nou? Dat kan op een heel eenvoudige manier. Wanneer je bovenstaande stemloze medeklinkers door elkaar husselt krijgt je een simpel ezelsbruggetje, dat is het woord:’T KoFSCHiP. Dat ezelsbruggetje maakt de officiële grammaticale regel opeens heel makkelijk bruikbaar, let maar op: Wanneer de stam van een werkwoord op een medeklinker eindigt die in het T KoFSCHiP staat krijgt het voltooid deelwoord een -t, anders een -d. Dat is alles! Op deze manier kun je bijna elk voltooid deelwoord correct schrijven. Je hoeft alleen maar het woord ‘T KoFSCHiP te onthouden! Tijd voor een kleine test:

werkwoord stam wel of niet in ‘T KoFSCHiP voltooid deelwoord
vissen vis de –s staat er wel in gevist
juichen juich de –h staat er wel in gejuicht
computeren computer de –r staat er niet in gecomputerd
zeggen zeg de –g staat er niet in gezegd

Je kunt een extra controle doen door het voltooid deelwoord in je achterhoofd te verlengen met een -e waarna je checkt of er een logisch woord ontstaat: gefietste klinkt logisch, gefietsde niet. Het voltooid deelwoord van het werkwoord fietsen is dus gefietst.

Bijzonderheden

Zoals je in bovenstaande tabel ziet zijn de voltooid deelwoorden steeds opgebouwd rondom de ik-vorm van een werkwoord (vis, juich, computer, zeg): we zetten er ge- voor en een -d of -t achter. Dat is precies de reden waarom bij het werkwoord verhuizen de Z verandert in een S. De stam is weliswaar verhuiz, maar de ik-vorm is verhuis. We hebben binnen de Nederlandse taal afgesproken dat een Z nooit aan het eind van een lettergreep mag staan. Wanneer dat toch dreigt te gebeuren wordt de Z alsnog in een S veranderd. Zo’n zelfde regel geldt voor de V. Die mag nooit aan het eind van een lettergreep staan en verandert in een F wanneer dat dreigt te gebeuren. Denk bijvoorbeeld aan het werkwoord verven: de laatste V in de stam verandert in een F in het voltooid deelwoord omdat de ik-vorm geen V aan het eind mag hebben.

Een andere bijzondere situatie is het werkwoord beloven. De stam is hier belov (ja, echt waar). Maar de standaardregel gaat gewoon op: De -v staat niet in ‘T KoFSCHiP dus eindigt het voltooid deelwoord op een -d. Hier moeten we alleen vervolgens de O verdubbelen en de V weer veranderen in een F. Het voltooid deelwoord is dus beloofd. Maar let op: de spellingscontrole geeft geen foutmelding wanneer je het woord belooft gebruikt. Dat komt omdat het woord belooft (met een -t) ook een bestaand woord is (in tegenstelling tot bijvoorbeeld het woord gecomputert). Het woord belooft is alleen geen voltooid deelwoord, maar onvoltooid tegenwoordige tijd enkelvoud: jij/hij/zij/het/u/men belooft. Vertrouw dus niet blindelings op de spellingscontrole.

Andere voorbeelden van leuke bijzonderheden zijn fonduen en montignaccen (gefonduud en gemontignact).

Een bijzondere situatie die interessant is om apart te vermelden is het voltooid deelwoord geniesd/geniest. Beide voltooid deelwoorden zijn namelijk goed! Reden: het betreffende werkwoord mag je op twee manieren spellen, niezen of niesen. Bij niesen staat de -s in ‘T KofSCHiP en krijgt het voltooid deelwoord een -t. Bij het werkwoord niezen staat de -z aan het eind van de stam niet in ‘T KoFSCHiP waardoor het voltooid deelwoord in dat geval een -d krijgt (de Z verandert hier weer in een S).

Tot slot

In mijn blog over de gevolgen van taalfouten voor het imago heb je kunnen lezen dat de schaduw van taalfouten veel verder reikt dan de grenzen van het internet. Uit onderzoek is gebleken dat je algehele geloofwaardigheid en reputatie op het spel staat wanneer er taalfouten in je teksten staan. In deze nieuwe blogserie maken we een einde aan die taalfouten. We zijn de serie over foutloos tekstschrijven gestart met het lastige voltooid deelwoord (waar veel fouten mee gemaakt worden, ook in zakelijke uitingen). Benieuwd wanneer er een nieuw blog wordt geplaatst? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief door je e-mailadres rechts onderaan de website in te vullen.

Het effect van taalfouten op het imago

Taalfout in een tweet over het examen Nederlands

Het is een dagelijkse ergernis voor velen: die overvloed aan taalfouten op websites, sociale media en forums. Een lange rij aan hakkelende en kromme zinnen, vaak doorspekt met de meest vreselijke grammaticale fouten. En dan te bedenken dat uit diverse onderzoeken is gebleken dat bij één enkele fout in een tekst de reputatie van de tekst en de schrijver al aangetast kan worden. Tijd voor een korte analyse.

Typefouten, spelfouten en taalfouten

Fouten in webteksten worden doorgaans in drie categorieën verdeeld: typefouten, spelfouten en taalfouten. Een typefout (of tikfout) overkomt ons allemaal wel eens. Je wilt bijvoorbeeld het woord “website” intypen en tikt in de snelheid per ongeluk “wesbite” in. Gelukkig onderstreept de online spellingscontrole zo’n fout met een mooi rood golfje waarna je je fout kunt herstellen.

Spelfouten daarentegen zijn fouten die zondigen tegen de geldende spellingsregels. Denk bijvoorbeeld aan het woord “onmiddellijk” dat per ongeluk wordt gespeld als “onmiddelijk”. Ook hier blijkt de online spellingscontrole weer een dankbaar instrument te zijn.

De derde categorie, de taalfout, is hardnekkiger. Het gaat hier om zinnen met verkeerd gebruikte woorden, zinnen met een foute zinsvolgorde of zinnen met grammaticale fouten. Enkele voorbeelden van taalfouten: “het meisje die daar loopt” in plaats van “het meisje dat daar loopt”, of: “een visuele cirkel” in plaats van een “vicieuze cirkel”. De spellingscontrole haalt dergelijke fouten doorgaans niet uit de tekst omdat de woorden die gebruikt worden vaak wel een echte betekenis hebben.

Is waarschijnlijk geen leraar Nederlands geweest.

 Reputatieschade

Taalfouten hebben een negatief effect op de reputatie en de geloofwaardigheid van de tekst en de schrijver. Dat heeft Universiteit van Utrecht geconcludeerd naar aanleiding van een experimenteel onderzoek. Door de fouten in de tekst wordt het niveau van de schrijver in twijfel getrokken en daarmee ook het algehele niveau en de inhoud van de betreffende tekst. Het is een waarschuwing aan het adres van iedereen die online serieus genomen wil worden. De schaduw van online taalfouten reikt verder dan het internet. Raadpleeg desnoods websites als onzetaal.nl, beterspellen.nl of taaladvies.net en zorg voor een taaltechnisch vlekkeloze website. Het kan! Een foutloze site is meer waard dan je denkt. Je geloofwaardigheid staat op het spel!

(Meer informatie over het genoemde experimentele onderzoek van Universiteit Utrecht kunt u hier vinden)