Hoe schrijf je goed leesbare teksten

Goed leesbare teksten schrijven doe je zo

Lees jij weleens lange teksten op internet? Wees eerlijk: meestal scan je ze alleen. Net als de meeste andere internetters, zo is uit onderzoek gebleken. Sinds de komst van internet wordt dan ook veel selectiever gelezen dan daarvoor. Beeldschermen lenen zich immers niet echt voor het lezen van lange teksten. En met die wetenschap kun jij je voordeel doen! In dit blog leer je hoe je goed leesbare teksten schrijft.

Schrijf in de actieve vorm

Schrijf je boodschap om te beginnen altijd in de actieve vorm. Door je boodschap actief te schrijven is het voor de lezer aantrekkelijker om je tekst te lezen. Vergelijk de volgende twee zinnen:

  1. Volgende maand zal onze nieuwe website gelanceerd worden.
  2. Volgende maand lanceren wij onze nieuwe website.

De tweede zin is actief geschreven. Die actieve schrijfvorm leest veel eenvoudiger en lekkerder dan de eerste zin die passief is geschreven. Passieve zinnen bevatten altijd een combinatie van het werkwoord “worden” of “zijn” en een voltooid deelwoord. Wil je je boodschap actief houden, voorkom dan die passieve combinatie en gebruik daarnaast zo min mogelijk het werkwoord “zullen”.

Hou je boodschap simpel

Zorg er altijd voor dat je maar één boodschap in een zin legt. Dat bevordert de scanbaarheid van je tekst. Hoe meer boodschappen de lezer tegelijk te verwerken krijgt hoe lastiger de tekst scanbaar wordt.

Gebruik kopjes

Lezers beoordelen kopjes en titels in een split second op relevantie en besluiten daarna pas of ze verder lezen. Door (tussen)kopjes te gebruiken maak je het de lezer gemakkelijk.

Schrijf korte, leesbare tekstenDe tondeuse-methode

Een kort getrimd kapsel hou je het best in model door er geregeld met de tondeuse overheen te gaan. Zo is het eigenlijk ook met het schrijven van webteksten en -artikelen. Hoe wolliger de tekst is, hoe moeilijker leesbaar het betreffende artikel wordt. Trim dus alle overtollige tekst uit je artikel, maar behoud de essentie van je verhaal. Eigenlijk komt het erop neer dat “schrijven is schrappen”.

Tot slot

Nog een paar korte tips voor het schrijven van leesbare teksten:

  • Hanteer bij een opsomming liever een lijstje dan een lap tekst. Dat leest prettiger.
  • Gebruik op een paar plekken in je tekst een relevante afbeelding. Dat breekt de tekst een beetje en het veraangenaamt de leesbaarheid.
  • Wanneer je tekst klaar is, beoordeel die dan nog een paar keer op scanbaarheid. Je zult dan merken dat je nog veel woorden kunt deleten ;-)

10 SEO tips voor je website

SEO in de praktijk: Google met vergrootglas

Het is bekend dat Google haar algoritmen bewaakt alsof het staatsgeheimen zijn. En dat is logisch. Wanneer bekend zou worden hoe Google een website beoordeelt, zouden SEO-ers de zoekmachine immers op allerlei manieren kunnen misleiden. Dat laatste zou ik overigens sowieso nooit uitproberen. Het kan je op een penalty komen te staan en ik kan je verzekeren dat je daar niet vrolijk van wordt. Bovendien kun je met gezonde SEO al voldoende resultaten boeken, dus is misleiding helemaal niet nodig. Want ook al zijn de algoritmen van Google niet officieel bekend, er zijn voldoende handvatten beschikbaar om je website hoger in de zoekresultaten te krijgen. Maar welke handvatten zijn dat?

Drie SEO hoofdcategorieën

SEO in de praktijk: Responsive webdesign in schemavorm

Responsive webdesign

SEO (searchengine optimalisation = zoekmachineoptimalisatie) valt ruwweg uiteen in drie hoofdcategorieën: techniek, content en linkbuilding. Google beloont daarmee websites die aandacht besteden aan gebruiksgemak, gebruikservaring en relevantie voor de websitebezoeker. Houd daar dus bij het optimaliseren van je website rekening mee. Het gaat daarbij om de combinatie van vele factoren en niet alleen om tekst. Sinds april 2015 geeft Google daarbij extra gewicht aan de mobiele geschiktheid van websites. Wanneer je website naast een desktopversie ook een versie heeft die speciaal geschikt is voor verschillende (mobiele) devices, dan beloont Google je daarvoor. Veel websites worden daarom responsive (schalend) gebouwd: de website past zich aan het device aan. Op de afbeelding hiernaast is weergegeven hoe een website zich aan kan passen aan het device.

10 SEO tips

1. Zorg voor een goede paginatitel

Een belangrijke rankingsfactor is de paginatitel. Zorg ervoor dat elke pagina van je website een eigen, relevante paginatitel krijgt waarin je de belangrijkste keywords vermeldt. Zet deze keywords bij voorkeur zo ver mogelijk vooraan in de titel en beperk de titel tot 55 karakters (inclusief spaties).

2. Maak gebruik van een meta-omschrijving

Een meta-omschrijving is een korte samenvatting over de inhoud van je websitepagina. Deze samenvatting wordt in de zoekresultaten als zogenaamde snippet onder de titel weergegeven (zie afbeelding).

SEO in de praktijk: Voorbeeld van meta-omschrijving

Voorbeeld van meta-omschrijving in zoekresultaten

Voor elke afzonderlijke pagina van je website moet je een eigen meta-omschrijving schrijven. Doe je dat niet, dan laat Google gewoon blindelings het eerste stukje tekst van de pagina zien en dat wil je niet. Toch zie je nog steeds veel websitepagina’s waarbij geen gebruik is gemaakt van een aparte meta-omschrijving. Jammer, want Google beoordeelt je er wel op. NB: In de zoekresultaten worden maximaal 156 karakters van de meta-omschrijving weergegeven op desktop PC’s. Houd er echter rekening mee dat dit aantal voor mobiele devices een stuk lager ligt (max. 117)!

3. Maak gebruik van H-tags

H-tags (headertags) worden gebruikt in koppen en titels van paragrafen in de tekst. In dit blog zijn bijvoorbeeld alle titels boven de stukjes tekst aangemaakt als H-tag. Het is niet verplicht om H-tags te gebruiken, maar met H-tags bevorder je wel de leesbaarheid van je artikel. Bovendien kunnen zoekmachines zien waar je pagina daadwerkelijk over gaat en daar beoordelen ze je pagina weer op.

4. Besteed veel aandacht aan goede content

Vroeger was de gouden stelregel “Content is King”. Dat is al lang niet meer zo. SEO gaat niet alleen over content, maar over een combinatie van allerlei factoren, waaronder goede content. Toch beoordelen zoekmachines content nog steeds als een belangrijk onderdeel binnen SEO. En dat gaat behoorlijk ver. Denk er dus aan om goede en bovendien unieke content te gebruiken. Kopiëren en plakken van content (ook wel duplicate content genoemd) wordt door zoekmachines bestraft. Net als taalfouten, moeilijk leesbare inhoud en te korte teksten. Teksten onder de 250 worden minder goed beoordeeld door zoekmachines. Hou daarom minimaal zo’n 400 tot 500 woorden aan.

5. Interne en externe linkbuilding

Een websitepagina is geen op zichzelf staand stukje informatievoorziening. Elke pagina wordt immers in een bepaalde context geschreven. Zoekmachines hechten er veel waarde aan wanneer de lezer die context eenvoudig tot zich kan nemen. Door bepaalde termen of onderwerpen te linken naar informatie binnen of buiten je eigen website maak je het de lezer een stuk eenvoudiger. Daarnaast is het verstandig om links vanaf andere websites naar jouw website te generen. Maar wees daar wel kieskeurig in! Zorg er altijd voor dat de betreffende websites een goede reputatie hebben en bovendien gerelateerd zijn aan de onderwerpen die op jouw website staan. In- en uitgaande links moeten dus in dezelfde niche zitten.

6. Gebruik een sitemap

Een sitemap is een xml-bestand waarin een overzicht van de links binnen je website wordt weergegeven. In de sitemap geef je tevens de belangrijkheid van de verschillende pagina’s aan, waarna je het bestand (sitemap.xml) in de root van je domein plaatst. Zorg er daarbij voor dat je het bestand via de Webmaster Tools aan Google aanbiedt zodat Google heel eenvoudig kennis krijgt over de structuur van je site. NB: geef in je sitemap aan dat de homepage belangrijker is dan de rest van je pagina’s.

7. Beschouw Google als je grote vriend

Ruim 95% van alle Nederlanders gebruikt Google als standaard zoekmachine. Daarmee is Google al jarenlang marktleider in de zoekmachinemarkt. In onderstaande tabel zie je de marktaandelen van zoekmachines in Nederland in het derde kwartaal van 2015 (Bron: Statcounter).

SEO in de praktijk: Marktaandelen Nederland zoekmachines Q3 2015

Je kunt dus met een gerust hart je website volledig voor Google optimaliseren. Door daarbij gebruik te maken van de middelen die Google ter beschikking stelt beloont Google je bij het bepalen van je ranking. Maak dus ook gebruik van bijvoorbeeld Google Places, Google Analystics, Google plus, etc. en integreer deze tools in je website.

8. Optimaliseer je afbeeldingen

In de praktijk wordt vaak vergeten om websiteafbeeldingen te optimaliseren voor het web en voor zoekmachines. Google beloont websites wanneer websitebouwers de moeite nemen om afbeeldingen te optimaliseren. Geef daarom alle afbeeldingen op je site een titel-tag en een alt-tag. En wil je het helemaal perfect doen, zorg dan ook dat je afbeeldingen geresized en gecomprimeerd zijn. Dat kan bijvoorbeeld met gratis software als Irfanview.

9. Maak gebruik van web caching

In tegenstelling tot statische websites worden dynamische websites samengesteld op het moment dat een bezoeker de website opvraagt. Door bij jouw dynamische website gebruik te maken van web caching wordt je website tijdelijke op de webserver opgeslagen. Het effect is dat je website veel sneller laadt. En een snellere laadtijd betekent meer gebruiksgemak voor de bezoekers. Google vindt het fijn wanneer websites gebruik maken van web caching.

10. Gebruik nooit verboden technieken

Keyword-stuffing, cloaking, linkfarms, spamdexing…. er zijn talloze technieken waarmee websitebouwers de zoekmachines trachten te misleiden met als doel: een hogere ranking in de zoekresultaten. Ik raad je ten stelligste af gebruik te maken van dergelijke SEO-technieken. Zoekmachines zien deze technieken als misleidend en geven websites die hier gebruik van maken een lagere ranking. Valsspelers worden dan ook bestraft en maken zelfs kans op een penalty.

Is dit alles?

Nee, dit is lang niet alles. SEO gaat vele malen verder dan wat ik hierboven heb beschreven. Het algoritme van Google bevat immers honderden bekende en onbekende onderwerpen waarop beoordeeld wordt. SEO is de afgelopen jaren dan ook een echt vak geworden. Toch kun je met een beperkt budget al een leuke slag slaan door bovenstaande tips in de praktijk te brengen. Heb je hulp nodig bij het optimaliseren van je website, neem dan gerust contact met mij op.

De meest foute merk- of productnamen

antivries merk misser

Het zou zo eenvoudig moeten zijn: je hebt een merk- of productnaam ontwikkeld en je wilt er honderd procent van overtuigd zijn dat de naamgeving van je merk of product geen ongewenste dubbele betekenis heeft. Ook wil je de betekenis in andere talen weten en dus test je de naam op alle mogelijke manieren en in alle mogelijke talen en dialecten. Je leest vervolgens de geschiedenisboeken er nog even op na om te onderzoeken of je niet toevallig een synoniem voor een vreselijk moordwapen als naam hebt gekozen. Ook check je voor de zekerheid even de medische encyclopedie op enge ziekten of medische nomenclatuur en je laat ten slotte een bureau onderzoek doen naar de associaties die het publiek heeft bij jouw merk- of productnaam. Klinkt logisch, toch? Hoe kan het dan toch nog steeds gebeuren dat diverse gerenommeerde bedrijven afschuwelijke vergissingen maken bij de keuze van hun merk- of productnaam?

Siemens door het stof

Neem nou Siemens. De elektronicagigant vatte in 2002 het onzalige plan op een nieuwe productlijn (waaronder een gasoven) de naam Zyklon te geven. Zyklon?? Wil Siemens haar nieuwe productlijn echt associëren met Zyklon B, het gifgas dat in de gaskamers van de Nazi’s voor miljoenen doden zorgde? Was er uitgerekend bij Siemens (het bedrijf speelde tijdens de Tweede Wereldoorlog een kwalijke rol op het gebied van slavenarbeid) helemaal niemand die een mogelijke associatie met Zyklon B kon leggen? En was er in het projectteam van Siemens geen enkele marketeer snugger genoeg om de voorgenomen productnaam even in Google op te zoeken? Siemens kwam net op tijd bij zinnen. Tijdens de deponering van de productnaam in de VS realiseerde het zich plotseling dat het op het punt stond en onwaarschijnlijk grote fout te maken. Het bedrijf trok de productnaam ijlings terug en bood excuses aan.

Ford maakt er een sport van

verkeersbord met oops en een uitroeptekenGelukkig zijn er ook grappige voorbeelden van merk- en productnaam-missers. Het automerk Ford spant daarbij de kroon. In een tijdsbestek van slechts enkele decennia sloeg de autobouwer vier keer de plank behoorlijk mis. De eerste misser dateert uit de jaren zestig met de komst van de Ford Comet. Niks mis met die naam zou je zeggen. Dat veranderde echter toen Ford het model onder de naam Caliente op de Mexicaanse markt bracht. Caliente betekent in het Spaans heet. Helaas deed Ford geen deugdelijk onderzoek naar het Mexicaanse dialect en de Mexicaanse volkstaal. Caliente wordt in de Mexicaanse volksmond gebruikt als een scheldwoord: straathoer.

Nummer twee in de rij van missers was de Ford Cortina die vanaf 1962 op de markt werd gebracht. Cortina (gordijn) betekent in de Spaanse volksmond namelijk rammelkast. Besef daarbij dat de Spaanse taal de derde taal ter wereld is met ruim 300 miljoen sprekers. Geen verstandige naamkeuze dus. Dat geldt ook voor de Ford Fiera (wild beest) die enkele jaren later op de markt kwam. Fiera betekent in de Spaanse volksmond immers: lelijk wijf.

Je zou mogen verwachten dat de autobouwer na drie flaters z’n lesje wel had geleerd. Niets was minder waar. In 1970 bracht Ford de Pinto op de markt. Leuk! Klinkt lekker in het gehoor, een Pinto. Behalve voor klanten in de Portugeessprekende landen. In het Portugees (een taal met 170 miljoen sprekers en daarmee de achtste taal ter wereld) betekent Pinto naast kuiken en biertje in de volksmond namelijk ook klein lulletje. Niet echt een naam waar je de Latijnse markt mee denkt te kunnen veroveren (“Ik ga even lekker rijden met m’n Pinto”).

Pijnlijke misser

Om sommige merk- en productnamen kunnen we glimlachend ons hoofd schudden en misschien zelfs wel onze schouders ophalen. Het wordt ernstiger wanneer er sprake is van echt pijnlijke missers. Zo hebben we in Nederland een (nog bestaande) organisatie die een wel héél bijzondere merknaam heeft gekozen. Het gaat om de naam van Thuiszorgorganisatie Pro Geria, een merknaam die fonetisch identiek is aan de slopende verouderingsziekte Progeria.

Miljardenbedrijf in de fout

logo nigazIk heb nog een laatste uitsmijter. Energiegigant Gazprom ging in 2009 een samenwerkingsverband ter waarde van 2,5 miljard dollar aan met het Nigeriaanse staatsbedrijf Nigeria’s National Petroleum Company (NNPC). De samenwerking kreeg de merknaam Nigaz, een samenvoeging van NIGeria en GAZprom. Nigaz is echter ook een alom bekend Amerikaans-Engels scheldwoord voor mensen met een zwarte huidskleur. De naam zorgde bij aankondiging dan ook al voor veel discussie en ontelbare internet-parodieën.

Een merk- of productnaam hoef je niet dagelijks te ontwikkelen. Bespaar dan ook niet op de kwaliteit van je naam en neem de tijd voor gedegen onderzoek. Zoals uit bovenstaande voorbeelden is gebleken kan een foute naamkeuze je product of merk maken of breken.

Tot zover het belang van gedegen onderzoek bij de keuze voor een merk- en productnaam. In een eerder blog heb ik aangekondigd een blog te schrijven over de meest foute (en dus leuke!) websites. De bouwers van die betreffende sites hebben alle ‘regels’ van de internetmarketing aan hun laars gelapt met gedrochten van websites als resultaat. Leuke websites om een keer te bezoeken dus. Hou mijn blog in de gaten! Mocht je ondertussen zelf een website tegenkomen die het vermelden waard is in het lijstje van foute websites, mail me! Dan neem ik die website mee in het blog.

Verkoop jezelf in 30 sec: de elevator pitch

hoe-presenteer-je-jezelf-met-de-elevator-pitch

“En wat doe jij in het dagelijks leven?” “Nou, ik uh……..”
Ook al ben je een kei in je werk, het is vaak niet eenvoudig om in enkele zinnen jezelf of je bedrijf origineel te ‘verkopen’. Toch is het belangrijk om aandacht te besteden aan je presentatie. Als ondernemer of professional kom je immers dagelijks in contact met mensen die jouw klant kunnen worden. In die contactgesprekken wil je dan ook gestructureerd voor de dag komen. Je straalt dan professionaliteit uit waardoor prospects je beter zullen onthouden. Hoe? Heel eenvoudig, met de elevator pitch.

Wat is een elevator pitch

De term ‘elevator pitch‘ betekent vrij vertaald ‘een verkooppraatje in de lift‘. Je presenteert jezelf en je bedrijf in een paar korte, krachtige en onderscheidende zinnen in een tijdsbestek dat je samen met iemand in de lift staat (maximaal zestig seconden). Je vertelt wie je bent, wat je doet en wat jouw onderscheidend vermogen is waarmee je de ander kunt helpen. Je straalt daarbij zelfvertrouwen en professionaliteit uit met als doel de interesse van je gesprekspartner te wekken.

De voorbereiding

Bij de voorbereiding van de elevator pitch kijk je kritisch naar jezelf en naar je bedrijf en formuleer je voor jezelf een aantal sterke en onderscheidende punten. Je geeft jezelf antwoord op de volgende vragen:

  • Wie ben je?
  • Wat doe je?
  • Wie is je doelgroep?
  • Hoe doe je dat?
  • Welk voordeel biedt dat de ander?

Met de antwoorden op deze vragen ga je straks de inhoud van je elevator pitch vorm geven.

Ingrediënten van een pitch

We zijn bijna aangekomen bij het opstellen van de inhoud van de pitch. Voordat we daaraan beginnen moeten we rekening houden met een aantal basiskenmerken waaraan de pitch moet voldoen. Anders wordt het een hele saaie en slaapverwekkende opsomming van een aantal bedrijfskenmerken in plaats van een wervende en sprankelende presentatie. Een succesvolle elevator pitch heeft daarom de volgende onmisbare basiskenmerken:

De elevator pitch….

  • is kort en krachtig (max. 100 woorden)
  • is origineel en verrassend
  • straalt zelfvertrouwen uit
  • biedt voordeel voor de ander
  • prikkelt de nieuwsgierigheid
  • nodigt uit tot doorvragen

Nu we alle ingrediënten en basiskenmerken voor de elevator pitch hebben verzameld is de daadwerkelijke inhoud van de pitch eigenlijk kinderlijk eenvoudig te formuleren. Voor mijn MKB-marktsegment heb ik de volgende pitch opgesteld:

“Ik ben Christiaan en als allround tekstschrijver help ik bedrijven aan alle vormen van professionele teksten. Omdat ik daarbij ook de bouw en het beheer van de bedrijfswebsite verzorg en de online vindbaarheid vergroot bied ik een totaaloplossing voor alle commerciële bedrijfscommunicatie. Vooral voor het MKB-bedrijf is dat ideaal omdat de MKB-er op deze manier zijn kostbare tijd aan zijn business kan blijven besteden en toch verzekerd blijft van goede commerciële communicatie en online vindbaarheid.”

In 75 woorden heb ik beschreven wie ik ben, wat ik doe, wie mijn doelgroep is en welk voordeel ik te bieden heb.

Tot slot

Maak je verhaal altijd zo concreet mogelijk. Als je in je pitch wilt vertellen dat je punctueel bent, vermeld die informatie dan professioneel. Dus niet: “Ik ben punctueel”, maar “In de afgelopen tien jaar dat ik dit werk doe heb ik nog nooit een deadline gemist”. Meer tips voor de inhoud van je pitch kun je hier vinden.

Hulp

Vind je het lastig om een goede elevator pitch te schrijven voor jouw bedrijf en kun je wel wat hulp gebruiken, stuur mij dan gerust een mailtje. Dat kan via het contactformulier of via mailadres info@christiaankoppelaar.nl

Foutloos tekstschrijven deel 1 (voltooid deelwoord)

Taalfout op de gevel van een pand

Wie er een beetje oog voor heeft komt het regelmatig tegen: “Wij zijn verhuist!” Nu kan het natuurlijk zijn dat je je afvraagt wat hier fout aan is. Sterker nog, misschien hangt een dergelijk taaltechnisch misstandje op ditzelfde moment wel op de gevel van je eigen pand. In dat geval zou ik zeker dit blog over foutloos tekstschrijven even doorlezen.

Oke, de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het werkwoord “verhuizen” een van die vervelende werkwoorden is met de letter Z aan het eind van de stam. Toch is de stam van dit werkwoord gewoon verhuiz (en niet verhuis!) waardoor het voltooid deelwoord met een -d geschreven moet worden: “Wij zijn verhuisd!” (de Z verandert in een S). Lastig? Valt mee. We pakken de regels van het tekstschrijven er even bij.

Foutloos tekstschrijven: het voltooid deelwoord

Je gebruikt het tientallen keren per dag in evenzovele zinnen: het voltooid deelwoord. “Gisteren ben ik bij mijn buurman geweest. We hebben samen een stuk gefietst.” Een voltooid deelwoord is feitelijk niets anders dan een woord dat, in combinatie met een hulpwerkwoord (zijn, worden of hebben) aangeeft dat iets in het verleden heeft plaats gevonden. Een voltooid deelwoord is altijd gekoppeld aan een hulpwerkwoord en het eindigt vaak op een -t, of een -d.

De vraag is alleen: wanneer gebruik je nou een -t en wanneer gebruik je een -d aan het eind? Daar is een eenvoudige regel voor. De keuze voor een -d of een -t aan het eind van het voltooid deelwoord hangt namelijk af van de laatste letter van de stam. De stam is het hele werkwoord zonder -en. Voorbeeld: De stam van het werkwoord fietsen is fiets.

Nu we de stam van het werkwoord weten hoeven we alleen nog te bepalen of het voltooid deelwoord een -t of een -d krijgt. Dat doen we aan de hand van een aantal voorbeelden:

werkwoord stam voltooid deelwoord
fietsen fiets gefietst
timmeren timmer getimmerd
stoppen stop gestopt

Wat in bovenstaande tabel opvalt is dat bij de stammen die kennelijk op een -s of een -p eindigen het voltooid deelwoord eindigt op een -t. Bij een stam die op een -r eindigt is er kennelijk sprake van een voltooid deelwoord dat eindigt op een -d.

Die constatering klopt. Er is hier dan ook sprake van een officiële grammaticale regel (en die mag je straks meteen weer vergeten). Vrij vertaald luidt die regel als volgt:

Wanneer je bij de laatste letter van de stam je stembanden moet laten trillen eindigt het voltooid deelwoord op een -d. Wanneer je bij de laatste letter van de stam je stembanden niet hoeft te laten trillen eindigt het voltooid deelwoord op een -t. Die eerste categorie noemen we stemhebbende klanken, de tweede categorie noemen we stemloze klanken. Stemloze klanken zijn: c f h k p s t (tegenwoordig horen daar officieel ook de j en de x bij). Alle klinkers en de overige medeklinkers zijn stemhebbend.

Zoals gezegd mag je deze regel meteen weer vergeten want die is veel te ingewikkeld om bij het tekstschrijven in het dagelijks leven te gebruiken. We gaan hieronder die regel een stuk vereenvoudigen.

Artikel over taalfouten bij een voltooid deelwoord

 

‘T KoFSCHiP

Hoe onthouden we die stemloze medeklinkers nou? Dat kan op een heel eenvoudige manier. Wanneer je bovenstaande stemloze medeklinkers door elkaar husselt krijgt je een simpel ezelsbruggetje, dat is het woord:’T KoFSCHiP. Dat ezelsbruggetje maakt de officiële grammaticale regel opeens heel makkelijk bruikbaar, let maar op: Wanneer de stam van een werkwoord op een medeklinker eindigt die in het T KoFSCHiP staat krijgt het voltooid deelwoord een -t, anders een -d. Dat is alles! Op deze manier kun je bijna elk voltooid deelwoord correct schrijven. Je hoeft alleen maar het woord ‘T KoFSCHiP te onthouden! Tijd voor een kleine test:

werkwoord stam wel of niet in ‘T KoFSCHiP voltooid deelwoord
vissen vis de –s staat er wel in gevist
juichen juich de –h staat er wel in gejuicht
computeren computer de –r staat er niet in gecomputerd
zeggen zeg de –g staat er niet in gezegd

Je kunt een extra controle doen door het voltooid deelwoord in je achterhoofd te verlengen met een -e waarna je checkt of er een logisch woord ontstaat: gefietste klinkt logisch, gefietsde niet. Het voltooid deelwoord van het werkwoord fietsen is dus gefietst.

Bijzonderheden

Zoals je in bovenstaande tabel ziet zijn de voltooid deelwoorden steeds opgebouwd rondom de ik-vorm van een werkwoord (vis, juich, computer, zeg): we zetten er ge- voor en een -d of -t achter. Dat is precies de reden waarom bij het werkwoord verhuizen de Z verandert in een S. De stam is weliswaar verhuiz, maar de ik-vorm is verhuis. We hebben binnen de Nederlandse taal afgesproken dat een Z nooit aan het eind van een lettergreep mag staan. Wanneer dat toch dreigt te gebeuren wordt de Z alsnog in een S veranderd. Zo’n zelfde regel geldt voor de V. Die mag nooit aan het eind van een lettergreep staan en verandert in een F wanneer dat dreigt te gebeuren. Denk bijvoorbeeld aan het werkwoord verven: de laatste V in de stam verandert in een F in het voltooid deelwoord omdat de ik-vorm geen V aan het eind mag hebben.

Een andere bijzondere situatie is het werkwoord beloven. De stam is hier belov (ja, echt waar). Maar de standaardregel gaat gewoon op: De -v staat niet in ‘T KoFSCHiP dus eindigt het voltooid deelwoord op een -d. Hier moeten we alleen vervolgens de O verdubbelen en de V weer veranderen in een F. Het voltooid deelwoord is dus beloofd. Maar let op: de spellingscontrole geeft geen foutmelding wanneer je het woord belooft gebruikt. Dat komt omdat het woord belooft (met een -t) ook een bestaand woord is (in tegenstelling tot bijvoorbeeld het woord gecomputert). Het woord belooft is alleen geen voltooid deelwoord, maar onvoltooid tegenwoordige tijd enkelvoud: jij/hij/zij/het/u/men belooft. Vertrouw dus niet blindelings op de spellingscontrole.

Andere voorbeelden van leuke bijzonderheden zijn fonduen en montignaccen (gefonduud en gemontignact).

Een bijzondere situatie die interessant is om apart te vermelden is het voltooid deelwoord geniesd/geniest. Beide voltooid deelwoorden zijn namelijk goed! Reden: het betreffende werkwoord mag je op twee manieren spellen, niezen of niesen. Bij niesen staat de -s in ‘T KofSCHiP en krijgt het voltooid deelwoord een -t. Bij het werkwoord niezen staat de -z aan het eind van de stam niet in ‘T KoFSCHiP waardoor het voltooid deelwoord in dat geval een -d krijgt (de Z verandert hier weer in een S).

Tot slot

In mijn blog over de gevolgen van taalfouten voor het imago heb je kunnen lezen dat de schaduw van taalfouten veel verder reikt dan de grenzen van het internet. Uit onderzoek is gebleken dat je algehele geloofwaardigheid en reputatie op het spel staat wanneer er taalfouten in je teksten staan. In deze nieuwe blogserie maken we een einde aan die taalfouten. We zijn de serie over foutloos tekstschrijven gestart met het lastige voltooid deelwoord (waar veel fouten mee gemaakt worden, ook in zakelijke uitingen). Benieuwd wanneer er een nieuw blog wordt geplaatst? Meld je dan aan voor de nieuwsbrief door je e-mailadres rechts onderaan de website in te vullen.

Het effect van taalfouten op het imago

Taalfout in een tweet over het examen Nederlands

Het is een dagelijkse ergernis voor velen: die overvloed aan taalfouten op websites, sociale media en forums. Een lange rij aan hakkelende en kromme zinnen, vaak doorspekt met de meest vreselijke grammaticale fouten. En dan te bedenken dat uit diverse onderzoeken is gebleken dat bij één enkele fout in een tekst de reputatie van de tekst en de schrijver al aangetast kan worden. Tijd voor een korte analyse.

Typefouten, spelfouten en taalfouten

Fouten in webteksten worden doorgaans in drie categorieën verdeeld: typefouten, spelfouten en taalfouten. Een typefout (of tikfout) overkomt ons allemaal wel eens. Je wilt bijvoorbeeld het woord “website” intypen en tikt in de snelheid per ongeluk “wesbite” in. Gelukkig onderstreept de online spellingscontrole zo’n fout met een mooi rood golfje waarna je je fout kunt herstellen.

Spelfouten daarentegen zijn fouten die zondigen tegen de geldende spellingsregels. Denk bijvoorbeeld aan het woord “onmiddellijk” dat per ongeluk wordt gespeld als “onmiddelijk”. Ook hier blijkt de online spellingscontrole weer een dankbaar instrument te zijn.

De derde categorie, de taalfout, is hardnekkiger. Het gaat hier om zinnen met verkeerd gebruikte woorden, zinnen met een foute zinsvolgorde of zinnen met grammaticale fouten. Enkele voorbeelden van taalfouten: “het meisje die daar loopt” in plaats van “het meisje dat daar loopt”, of: “een visuele cirkel” in plaats van een “vicieuze cirkel”. De spellingscontrole haalt dergelijke fouten doorgaans niet uit de tekst omdat de woorden die gebruikt worden vaak wel een echte betekenis hebben.

Is waarschijnlijk geen leraar Nederlands geweest.

 Reputatieschade

Taalfouten hebben een negatief effect op de reputatie en de geloofwaardigheid van de tekst en de schrijver. Dat heeft Universiteit van Utrecht geconcludeerd naar aanleiding van een experimenteel onderzoek. Door de fouten in de tekst wordt het niveau van de schrijver in twijfel getrokken en daarmee ook het algehele niveau en de inhoud van de betreffende tekst. Het is een waarschuwing aan het adres van iedereen die online serieus genomen wil worden. De schaduw van online taalfouten reikt verder dan het internet. Raadpleeg desnoods websites als onzetaal.nl, beterspellen.nl of taaladvies.net en zorg voor een taaltechnisch vlekkeloze website. Het kan! Een foutloze site is meer waard dan je denkt. Je geloofwaardigheid staat op het spel!

(Meer informatie over het genoemde experimentele onderzoek van Universiteit Utrecht kunt u hier vinden)